ASR_26.jpg

EEN BEWOGEN GESCHIEDENIS IN VOGELVLUCHT VAN DE PLEK WAARROND ONZE STAD GROEIDE

‘De Trudoabdij is een van de belangrijkste Maaslandse abdijen. Ze heeft gedurende eeuwen van Sint-Truiden een Europees centrum van kunst en cultuur gemaakt.’

G.C. De Dijn

In de 7e eeuw leefde in onze streek een zekere Trudo, van een edel Frankisch geslacht. Na zijn priesterstudies in Metz verzamelde hij in 655 enkele vrome mannen rond zich op een plek bij de Cicindriabeek. Het begin van een klooster. 

Tijdens zijn leven werden al enkele mirakelen opgetekend. Uit die religieuze gemeenschap groeide een abdij, waar hij werd begraven in 693. 

Na zijn dood gebeurden nog vele mirakelen. Dit bracht een ongeziene bedevaartstroom op gang. De giften van de vele pelgrims betekenden grote rijkdom voor de abdij, maar ook voor de bewoners die zich rond de abdij waren komen vestigen. Zo groeide die nederzetting uit tot de latere stad Sint-Truiden, genoemd (als enige in ons land en ver daarbuiten) naar haar stichter.

De abdij groeide tot een complex van zes ha met een kerk, kloostervertrekken, hoevegebouwen, een moestuin en een molen. Zo konden de monniken, pal in het midden van de stad, in hun eigen noden voorzien.

De abdij viel in die roerige tijden ook ten prooi aan vele calamiteiten: de plunderingen door de Noormannen, brandstichtingen, verwoestingen…

Telkens opnieuw herrees de abdij uit haar as.

Om u een beeld te geven van de welvaart en het aanzien: de abdijkerk van rond 1100 was 97 m lang. De abdij verwierf ook talloze eigendommen en rechten in de zeer ruime omgeving. 

Het belang van deze abdij op religieus, cultureel, economisch en politiek vlak kan moeilijk overschat worden. Uniek ook is de ‘tweeheerlijkheid’ gedurende meer dan vijf eeuwen, met de bestuurlijke opdeling in twee machtsgebieden: een voor de abt en een voor de bisschop (eerst die van Metz, later de prins-bisschop van Luik).

Maar de Franse Revolutie betekende in 1796 het einde van de roemrijke benedictijnenabdij. Ze werd als zwart goed verkocht. Via, via kwam het complex, dat gehavend was door plunderingen, in handen van het bisdom Luik. Voor de priesteropleiding beschikte dat bisdom (waartoe toen ook Limburg behoorde) over een seminarie in Rolduc, gelegen in het huidige Nederlands Limburg. Het bisdom Luik verloor door de splitsing in de beide Limburgen in 1839 ook ineens zijn seminarie in eigen land. Voor de nieuwe vestiging voor de priesteropleiding viel de keuze op de leegstaande gebouwen van de voormalige Trudoabdij. 

Tot 1972 was daar het Klein Seminarie gevestigd, samen met een humaniora-opleiding. 

Na de sluiting van het Klein Seminarie bleven enkel de middelbare school met internaat en de lagere school aan Stenaartberg behouden.


Op 9 december 1975 brandde een belangrijk deel van de site uit. Gelukkig zonder slachtoffers, maar met verlies van de seminariekerk, de infirmerie, een deel van de internaatsvleugel. De westertoren, (11e eeuw) doorstond deze ramp. Wel stortte de barokke spits van deze zogenaamde seminarietoren naar beneden. Zo blijven nu de twee andere torens (met torenspits) op het marktplein (stadhuis en hoofdkerk) verweesd achter. 

Enkele jaren na de brand kreeg het stadsbestuur de erfpacht over een deel van het complex, met de bedoeling het te conserveren, te onderhouden en in te vullen met zinvolle bestemmingen. Zo werd het kerkveld voorzien van stalen zuilen die de hoogte van de vroegere kerk illustreren. De torenromp werd geconsolideerd, voorzien van een trap en bekroond met een platform dat een mooi uitzicht biedt op de abdij, de stad en de wijde omgeving. De Academiezaal kreeg een grondige restauratie en ontvangt wegens zijn uitstekende akoestiek geregeld voortreffelijke gezelschappen. In de abstvleugel vinden het stadsarchief en Erfgoed Haspengouw een onderkomen.

In 1991 zag de Stichting Abdij, Stad en Regio (ASR) het levenslicht, met aandacht voor de invulling van en de zorg voor de erfpachtgebouwen en het samengaan van de diverse gebruikers van het gehele complex.

In het kader van die missie heeft deze vzw al diverse acties ondernomen om de abdij onder de aandacht te brengen en te houden. 


De geschiedenis en andere aspecten van deze abdij komen uitvoeriger aan bod in de vele publicaties die ASR hierover heeft verzorgd of ondersteund.